Iraanse vrouwen komen in opstand tegen kledingvoorschriften

Iraanse vrouwen met een hijab dragen lopen op 7 februari 2018 door een straat in de hoofdstad Teheran. Een golf van ongekende protesten tegen de verplichte hoofddoeken voor vrouwen in Iran zijn klein in aantal, maar hebben nog steeds een debat doen oplaaien dat de islamitische republiek sinds haar oprichting heeft beziggehouden. © 2018 ATTA KENARE/AFP/Getty Images

Irans laatste hardhandige optreden tegen vrouwen heeft plaatsgevonden in de stilte van een rechtszaal.

Op 31 juli veroordeelde een rechtbank in Teheran drie vrouwen – waaronder een moeder en een dochter – tot gevangenisstraffen wegens protest tegen wetten die het dragen van een hijab verplicht stellen.

De drie behoren tot de tientallen die de afgelopen twee jaar zijn gearresteerd wegens het trotseren van de door de regering opgelegde kledingvoorschriften voor vrouwen.

Op 10 april arresteerde de politie Yasaman Ariyani, een 23-jarige activiste, in haar huis in Karaj, aan de rand van Teheran. De volgende dag arresteerden de autoriteiten ook Ariyani’s moeder, Monireh Arabshahi, toen zij naar het kantoor van de openbare aanklager in Teheran ging om haar dochter te zoeken. Twee weken later arresteerde de politie een derde vrouw, Mojgan Keshavarz, bij haar thuis in het bijzijn van haar 9-jarige dochter.

De arrestaties volgden op een video die viral ging waarop te zien was hoe de drie vrouwen, zonder hoofddoek, op 8 maart – Internationale Vrouwendag – in een metro in Teheran bloemen uitdeelden aan vrouwen om solidariteit tegen de verplichte hijab aan te moedigen. “Er komt een dag waarop we niet meer hoeven te vechten voor onze meest elementaire rechten”, hoor je Arabshahi in de video zeggen. Ariyani praat met een vrouw die de chador draagt, een volledig zwart gewaad, en zegt dat ze hoopt op een dag met haar over straat te lopen, “ik zonder de hijab en jij met de hijab.”

Op 31 juli veroordeelde afdeling 31 van het revolutionaire hof van Teheran alle drie de vrouwen tot vijf jaar gevangenisstraf voor “samenspannen en samenspannen om te handelen tegen de nationale veiligheid”, een jaar voor “propaganda tegen de staat” en tien jaar voor “aanmoedigen van en voorzien in corruptie en prostitutie.” De rechtbank veroordeelde Keshavarz tot nog eens zeven-en-een-half jaar wegens “belediging van het heilige”. Als deze straffen in hoger beroep worden gehandhaafd, zouden de vrouwen hun langste straf uitzitten: tien jaar.

Iran heeft een geschiedenis van het opleggen van regels over wat vrouwen wel en niet mogen dragen, in strijd met hun fundamentele rechten. In de jaren dertig van de vorige eeuw verbood Reza Shah, de toenmalige heerser, vrouwen om de hijab te dragen en kreeg de politie de opdracht om hoofddoeken van vrouwen met geweld te verwijderen. Na de Iraanse revolutie van 1979 legden de Iraanse autoriteiten een verplichte kledingcode op die alle vrouwen verplichtte de hijab te dragen.

Iraanse vrouwen trotseerden deze onrechtvaardige regels in elk van deze tijdperken, en ze dagen ze nu opnieuw uit – tegen enorme persoonlijke kosten. Het wordt tijd dat de Iraanse regering de vrijheid van vrouwen respecteert om zich te kleden zoals zij dat willen.