Ik heb de laatste tijd veel over reïncarnatie gehoord. Wat is reïncarnatie precies? Is het in strijd met de leer van het evangelie?

Spencer J. Palmer, voorzitter van de tempel in Seoel-Korea en hoogleraar vergelijkende wereldreligies, Brigham Young University. Voorstanders van reïncarnatie geloven dat dit leven slechts een van de vele is die we in het verleden hebben geleefd of in de toekomst zullen leven. Zij geloven ook dat reïncarnatie het proces is waarbij leven (of een ziel) van het ene materiële lichaam naar het andere migreert door herhaalde geboorten en sterfgevallen – niet alleen van menselijke geesten, maar ook van geesten in dieren en soms planten.

Meer dan 1,5 miljard mensen – meer dan eenderde van de wereldbevolking – geloven in reïncarnatie. Het is een algemeen aanvaard geloof in Azië, vooral onder hindoes, boeddhisten, sikhs en jains.

Van de oosterse religieuze geschriften is er geen dat krachtiger is dan de Bhagavad Gita in het uitdrukken van het hindoeïstische geloof dat de geest onderworpen is aan een onbepaalde reeks van bestaanswijzen, in verschillende materiële vormen, en dat hij uiteindelijk moet ontsnappen aan deze rondes van wedergeboorte. De Gita zegt dat het ene bestaan het andere opvolgt, net zoals in dit leven verschillende stadia – kindertijd, jongvolwassenheid en ouderdom – elkaar opvolgen (2:13), en dat net zoals men oude kleren aflegt en nieuwe aantrekt, zo legt de geest een oud, versleten lichaam af en trekt een nieuw aan. (2:22.)1

In de Hindoeoverlevering zijn godheden ook gereïncarneerd; ze verschijnen, verdwijnen en verschijnen opnieuw. Hindoes geloven dat de god Brahma voortkwam uit de navel van de heer Vishnu, en dat Vishnu zelf op aarde is of zal worden geïncarneerd in ten minste tien gedaanten – als een vis, een schildpad, een zwijn, een man-leeuw, een dwerg, een Brahmaanse krijger, als Rama en Krishna (Hindoegoden), en als Kalki (de “Messias” van de toekomst). In elke incarnatie behoedt Vishnu de wereld voor de materiële of morele ondergang.

De Jataka Verhalen, de moraliserende geboorteverhalen van de historische Boeddha, stellen dat hij, voordat hij op aarde werd geboren als de grote Boeddha in wording, had geleefd als een koning van de apen, een ontevreden os, een duif, de godheid van een boom, en als een zuivere witte olifant met zes slagtanden.

Aan deze opeenvolging van reïncarnaties ligt “de wet van karma” ten grondslag. Karma is vergelijkbaar met wat heiligen der laatste dagen kennen als “de wet van de oogst” – “Wat een mens zaait, dat zal hij ook oogsten.” (Gal. 6:7.) Volgens de oosterse gedachte worden iemands “wedergeboorten” bepaald door iemands daden in zijn of haar vorige levens. Omdat de zielen zich in hun vorige levens anders gedragen, worden zij ook anders herboren. Volgens deze theorie biedt het geloof in reïncarnatie verbazingwekkende mogelijkheden: de koningin van Sheba kan worden herboren als een waterbuffel of een schimmelplant; een lelijke man kan worden herboren als een mooie vrouw, of omgekeerd; iemand die een priester doodt, kan terechtkomen in de baarmoeder van een hond; en een goede man die op diefstal wordt betrapt, loopt het risico duizend maal door het lichaam van spinnen en slangen te gaan.

Volgens deze theorie zou reïncarnatie ook de andere kant op werken: een ziel die eens in een dier of een plant zat, kan zich “opwerken” en als mens “herboren” worden. Zo kunnen achtergestelde mensen reïncarnatie zien als een kans om “herboren” te worden in een hogere of meer respectabele kaste of sociale positie. (Veel westerse voorstanders van reïncarnatie aanvaarden de doctrine alleen op menselijk niveau. Zij verwerpen het idee dat mensen als dieren en planten herboren kunnen worden, en omgekeerd.)

Degenen die in reïncarnatie geloven, beweren dat alle ongelijkheden in geboorte (goddelijk of menselijk, rijk of arm, gezond of gehandicapt) bepaald worden door iemands prestaties in vorige levens en dat iemands cyclus van “wedergeboorten” gebaseerd is op zijn of haar karma dat in eonen van tijd is opgebouwd. Wat men in één bepaald “leven” of incarnatie doet, kan echter op zichzelf niet bepalend zijn voor iemands eeuwige status. In feite is “herboren” worden (vermoedelijk omdat hij of zij niet in aanmerking kwam om in zijn of haar laatste leven bevrijd te worden uit de ronde van wedergeboorten) geen goed teken. De Hindoegod Krishna zegt in de Bhagavad Gita dat de aarde een plaats van ellende en opsluiting is voor de eeuwig migrerende geest en dat opnieuw geboren worden (of reïncarneren) op aarde noch een zegen, noch een indicatie van voorwaartse vooruitgang is.

Er is zoveel onbekend over ons voorsterfelijk bestaan, geboorte, sterfelijkheid, dood en het leven na de dood en de mogelijkheden daarvan – met name wat betreft de communicatie tussen levenden en doden – dat het de Heiligen der Laatste Dagen niet hoeft te verbazen dat mensen overal geïntrigeerd zijn door de mogelijkheden die reïncarnatie biedt.

Er zijn inderdaad enkele overeenkomsten tussen reïncarnatie en de leer van de Heiligen der Laatste Dagen. Wij geloven dat het leven niet begint met onze geboorte in de sterfelijkheid; noch eindigt het met de dood, noch is één ‘levenstijd’ voldoende om volmaaktheid te bereiken. Wij weten dat ieder van ons een geesteskind is van onze hemelse Vader en dat wij in een voorsterfelijke “eerste stand” leefden voordat wij werden geboren. (Zie Abr. 3:22-26.) Toen wij in de sterfelijkheid werden geboren, kregen wij elk een fysiek lichaam. Ook dieren en planten bestonden reeds vóór dit leven; alle dingen waren geestelijk geschapen voordat zij “van nature op de aarde” waren. (Mozes 3:5-7.)

Ook hebben zowel de Schriften als de profeten herhaaldelijk bevestigd dat onze gerechtigheid in de sterfelijkheid bepalend zal zijn voor onze omstandigheden in het hiernamaals. Hoe wij in de sterfelijkheid leven, hier en nu, is van centraal belang voor ons eeuwig geluk.

Maar ondanks enkele overeenkomsten met de LDS leer, is reïncarnatie in strijd met de geopenbaarde waarheid. De profeet Joseph Smith leerde dat reïncarnatie een valse doctrine is.2 Het kan heel goed een verbastering of vervalsing van het verlossingsplan zijn. In ieder geval is de reïncarnatieleer niet in overeenstemming met de leer van de Heiligen der Laatste Dagen over het doel van het leven en, nog belangrijker, de unieke en essentiële missie van Jezus Christus als de Verlosser van de wereld. Voor heiligen der laatste dagen zijn de problemen met het idee van reïncarnatie de volgende:

  1. Er is maar één fysieke dood, niet vele. De apostel Paulus schreef: “Het is de mens gegeven eenmaal te sterven.” (Heb. 9:27.)

  2. In de opstanding bewoont de geest het lichaam dat hij in de sterfelijkheid had, niet een andere lichamelijke vorm. De dood scheidt de geest van het lichaam; de opstanding herenigt diezelfde geest met de essentiële elementen van datzelfde fysieke lichaam, om nooit meer gescheiden te worden. In het Boek van Mormon lezen we de uitleg van de profeet Amulek dat mannen en vrouwen na de opstanding “niet meer kunnen sterven; hun geest verenigt zich met hun lichaam, om nooit meer te worden gescheiden; zo wordt het geheel geestelijk en onsterfelijk, zodat zij geen verderf meer kunnen zien.” (Alma 11:45.) Dit ontkent het geloof dat het lichaam een toevallige verblijfplaats van de geest is of een tabernakel die ofwel herhaaldelijk wordt veranderd ofwel wordt opgeheven. Geest en lichaam zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; dit is de betekenis van de opstanding. “De opstanding uit de doden is de verlossing van de ziel.” (D&C 88:16; zie ook D&C 88:15-18.)

    In de opstanding zullen we ons lichaam terugkrijgen, dat geschapen is naar Gods beeld. (Zie Gen. 1:26-27.)

  3. Reïncarnatie impliceert dat het lichaam van weinig belang is. Degenen die in reïncarnatie geloven, geloven dat lichamen herhaaldelijk kunnen worden aan- en afgeworpen en dat geesten kunnen reïncarneren als insecten, dieren en een verscheidenheid aan menselijke of zelfs hybride mens-dier vormen. Degenen die theorieën over reïncarnatie voorstaan, hebben geen begrip van de waarde van ons lichaam – dat het naar Gods beeld is geschapen en ons als een sterfelijk erfdeel is gegeven ter voorbereiding op het worden als God, die zelf een wezen is met een volledig geheiligd, vervolmaakt en tastbaar lichaam.

    Voor heiligen der laatste dagen is het fysieke lichaam heilig. Een van de belangrijkste redenen waarom we de sterfelijkheid zijn binnengegaan, was om een fysiek lichaam te krijgen. Het is niet alleen een grote zegen nu, maar ook een voorwaarde voor verheffing en eeuwig leven hierna.

  4. Nu is de tijd om ons voor te bereiden om God te ontmoeten – niet later, in een onbestemde toekomst. De Heer heeft duidelijk gemaakt dat de sterfelijkheid voor ons de tijd is om beproefd en bewezen te worden – “om te zien of wij alles zullen doen wat de Here God zal bevelen.” (Abr. 3:25.)

De Schriften vertellen ons dat “zij die hun eerste erfdeel behouden, erbij zullen worden geteld; en zij die hun eerste erfdeel niet behouden, zullen geen heerlijkheid hebben in hetzelfde koninkrijk als zij die hun eerste erfdeel behouden; en zij die hun tweede erfdeel behouden, zullen heerlijkheid hebben op hun hoofd, voor eeuwig en altijd.” (Abr. 3:26.)

Ultimately, it is the Atonement and the Lord’s mercy that will determine our future prospects – despite all we have done to serve the Lord and keep his commandments. Maar reïncarnatie bevordert het valse idee dat de mens vele “toekomstige levens” krijgt waarin hij zijn verlossing kan uitwerken. Reïncarnatie impliceert dat wij geen dringende noodzaak hebben om berouw te hebben van onze zonden en de geboden te gehoorzamen. Reïncarnatie is in tegenspraak met de vermaning van Amulek dat “dit leven voor de mensen de tijd is om zich voor te bereiden om God te ontmoeten”. (Alma 34:32.)

5. Reïncarnatie ontkent het hele doel van de verzoening van Jezus Christus. Zij die geloven dat geesten en goden herhaaldelijk een verscheidenheid aan fysieke vormen kunnen aannemen, houden geen rekening met Christus’ zending en het doel van de verzoening. Voor iemand die in reïncarnatie gelooft, zou Christus slechts één manifestatie zijn van een tijdelijk belichaamde verlosser – één van de vele mogelijke incarnaties.

Door deze premisse te aanvaarden zou men de meest fundamentele leer van het evangelie verwerpen – namelijk dat er één enkele, unieke verlossingsdaad door de Here Jezus Christus is verricht. Door het ultieme belang van de verzoening en van Christus’ barmhartigheid en liefde te ontkennen, zien zij die in reïncarnatie geloven de Heiland niet in zijn rechtmatige positie als Koning der Koningen en Heer der Heren – de enige naam die gegeven is waardoor wij gered kunnen worden. (Zie D&C 18:23.) Hoewel reïncarnatie een interessante theorie is die enkele overeenkomsten met het evangelie kan hebben, ontkent het de absolute centraliteit van de verzoening en moet het als vals worden verworpen.