Are Negros Closer to Apes Than to Humans?

Zijn deze feiten in het museum:

De negerschedel heeft niet alleen een kleiner hersenvolume en dikkere schedelbeenderen dan die van de blanke, maar is ook prognathogeen, d.w.z. dat het ondergezicht naar voren steekt op de manier van de snuit van een dier. De negerkaak is in verhouding tot zijn breedte aanzienlijk langer dan de blanke kaak. Een kenmerk van de neger onderkaak is het behoud van een overblijfsel van de “apenplank”, een benig gebied onmiddellijk achter de snijtanden. De apenplank is een onderscheidend kenmerk van apen, en het is afwezig bij blanken.

Zij verspreiden een eigenaardige aanstootgevende lichaamsgeur, gelijkend op apen.

Net zoals hun zwarte huid hen beschermde tegen de intense Afrikaanse zon, zijn zij van nature lui om overmatige inspanning in die intense zon te voorkomen.

De armen en benen van de neger zijn relatief langer dan die van de Europeaan. Het opperarmbeen is korter en de onderarm langer, waardoor de aapvorm benaderd wordt.

Het oog heeft vaak een geelachtige scierotische vacht erover als bij een gorilla.

De neger heeft een kortere romp; de doorsnede van de borst is cirkelvormiger dan bij blanken. Lijkt op een aap.

Het bekken is smaller en langer als bij een aap.

De neger heeft een grotere en kortere nek, verwant aan die van apen.

De oren zijn rondachtig, tamelijk klein, staan wat hoog en los en benaderen zo de aapvorm.

De kaak is groter en sterker en steekt naar buiten uit, wat samen met het lager teruggetrokken voorhoofd een gezichtshoek geeft van 68 tot 70 graden, zoals bij een aap, tegenover een gezichtshoek van 80 tot 82 graden bij Europeanen.

De drie krommingen van de wervelkolom zijn bij de neger minder geprononceerd dan bij de blanke en dus meer kenmerkend voor een aap.

De twee eigenlijke beenderen van de neus zijn soms verenigd, zoals bij apen.

Taxonomen en genetici menen dat negers als verschillende soorten moeten worden ingedeeld. Darwin verklaarde in De afstamming van de mens zelfs dat de negers zo verschillend zijn dat soortgelijke verschillen die bij enig ander dier worden aangetroffen, hun indeling als een andere soort zouden rechtvaardigen.